Virtuoze Cellosonates
Virtuoze Italiaanse en Nederlandse cellosonates
Sonates voor cello en basso continuo (klavecimbel) van Antonio Vivaldi, Willem de Fesch, Antonio Caldara, Francesco Geminiani, Salvatore Lanzetti en Pieter Hellendaal.
Job ter Haar - cello
Vaughan Schlepp - klavecimbel
De grote doorbraak van de cello als solo-instrument vond plaats in de eerste helft van de 18e eeuw. Virtuoze Italiaanse cellisten veroverden Europa; in Frankrijk werd de gamba steeds meer van het podium verdreven en in Engeland werd de cello ongekend populair.
De meest virtuoze en gepassioneerde cellosonates werden geschreven door de Italianen. Vivaldi was een van de eerste componisten die voor de cello schreef; hij behoeft geen verdere introductie. In zijn tijd minstens zo beroemd als Vivaldi was Antonio Caldara, vooral om zijn oratoria en opera's. Caldara was zelf cellist en schreef maar liefst 16 cellosonates. Francesco Geminiani schreef misschien wel zijn beste werken voor de cello, en Salvatore Lanzetti bracht de virtuositeit en expressie van de cello tot nieuwe hoogtes.
De twee bekendste Nederlandse componisten uit de 18e eeuw, Willem de Fesch en Pieter Hellendaal, werkten allebei het grootste gedeelte van hun loopbaan in Engeland. Daar was de vraag naar nieuwe solowerken voor de cello groot, en het is dan ook geen toeval dat beiden hun cellosonates in Londen hebben gepubliceerd. Toch zijn deze Nederlandse cellosonates vooral Italiaans geïnspireerd. De sonates van De Fesch zijn aangenaam en melodieus. Hellendaal maakte gebruik van de nieuwste technieken die hij bij de beroemde Tartini in Italië had geleerd, en schreef in een wat latere, galante stijl.
Sonates voor cello en basso continuo (klavecimbel) van Antonio Vivaldi, Willem de Fesch, Antonio Caldara, Francesco Geminiani, Salvatore Lanzetti en Pieter Hellendaal.
Job ter Haar - cello
Vaughan Schlepp - klavecimbel
De grote doorbraak van de cello als solo-instrument vond plaats in de eerste helft van de 18e eeuw. Virtuoze Italiaanse cellisten veroverden Europa; in Frankrijk werd de gamba steeds meer van het podium verdreven en in Engeland werd de cello ongekend populair.
De meest virtuoze en gepassioneerde cellosonates werden geschreven door de Italianen. Vivaldi was een van de eerste componisten die voor de cello schreef; hij behoeft geen verdere introductie. In zijn tijd minstens zo beroemd als Vivaldi was Antonio Caldara, vooral om zijn oratoria en opera's. Caldara was zelf cellist en schreef maar liefst 16 cellosonates. Francesco Geminiani schreef misschien wel zijn beste werken voor de cello, en Salvatore Lanzetti bracht de virtuositeit en expressie van de cello tot nieuwe hoogtes.
De twee bekendste Nederlandse componisten uit de 18e eeuw, Willem de Fesch en Pieter Hellendaal, werkten allebei het grootste gedeelte van hun loopbaan in Engeland. Daar was de vraag naar nieuwe solowerken voor de cello groot, en het is dan ook geen toeval dat beiden hun cellosonates in Londen hebben gepubliceerd. Toch zijn deze Nederlandse cellosonates vooral Italiaans geïnspireerd. De sonates van De Fesch zijn aangenaam en melodieus. Hellendaal maakte gebruik van de nieuwste technieken die hij bij de beroemde Tartini in Italië had geleerd, en schreef in een wat latere, galante stijl.